home
leerkracht

ONTWIKKELINGSDOELEN en EINDTERMEN 

* In het geval dat ontwikkelingsdoelen (b-stroom) en eindtermen (a-stroom) overeenkomen, wordt enkel het nummer vermeld. In de andere gevallen, worden ontwikkelingsdoelen aangeduid met de afkorting OD, eindtermen met de afkorting ET

Klik hier om de eindtermen als PDF te downloaden

VAKOVERSCHRIJDENDE ONTWIKKELINGSDOELEN EN EINDTERMEN

 

Gemeenschappelijke stam
De leerlingen


  • brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in de praktijk (1)
  • blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (4)
  • houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen (5)
  • benutten leerkansen in diverse situaties (8)
  • zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden (9)
  • kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken (13)
  • gaan alert om met de media (14)
  • houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in de samenleving en wereld (16)
  • gedragen zich respectvol (18)
  • dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (19)
  • nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties tot anderen en in de samenleving (20)
  • ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen (22)
  • gaan op met verscheidenheid (26)
  • dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander (27)

Context 1: lichamelijke gezondheid en veiligheid
De leerlingen

  • passen het verkeersreglement toe (13)
  • gebruiken eigen en openbaar vervoer op een veilige manier (14)

Context 2: mentale gezondheid
De leerlingen

  • gebruiken beeld, muziek, beweging, drama en media om zichzelf uit te drukken (7)
  • herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen (8)

Context 3: sociorelationele ontwikkeling
De leerlingen

  • erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties (2)
  • accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie (3)
  • doorprikken vooroordelen, stereotypering, ongepaste beïnvloeding en machtsmisbruik (6)

Context 5: politiek-juridische samenleving
De leerlingen

  • illustreren hoe een democratisch beleid het algemeen belang nastreeft en rekening houdt met ideeën, standpunten en belangen van verschillende betrokkenen (10)
  • geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt (13)

Context 6: socio-economische samenleving
De leerlingen

  • geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten (5)
  • geven kenmerken, mogelijke oorzaken en gevolgen van armoede aan (8)

Context 7: socioculturele samenleving
De leerlingen

  • beschrijven de dynamiek in leef- en omgangsgewoonten,opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en culturele groepen (1)
  • gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen (2)
  • illustreren het belang van sociale samenhang en solidariteit (3)
  • trekken lessen uit historische en actuele voorbeelden van onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie (4)
  • gaan actief om met de cultuur en kunst die hen omringen (6)

Leren Leren
De leerlingen

  • weten dat kennis en vaardigheden via verschillende leerstrategieën kunnen verworven worden (2)
  • bij het oplossen van een probleem:
    • herformuleren het probleem
    • bedenken onder begeleiding een oplossingsweg en lichten die toe
    • passen de gevonden oplossingsweg toe (10)
  • kunnen werken met een antwoordblad en correctiesleutel en houden rekening met lesdoelstellingen of aanwijzingen van de leraar (12)

ICT
De leerlingen

  • kunnen met behulp van ict digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren (6)
  • kunnen ict gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen (7)

VAKGEBONDEN ONTWIKKELINGSDOELEN EN EINDTERMEN

* In het geval dat ontwikkelingsdoelen (b-stroom) en eindtermen (a-stroom) overeenkomen, wordt enkel het nummer vermeld. In de ander gevallen, worden ontwikkelingsdoelen aangeduid met de afkorting OD, eindtermen met de afkorting ET.

Muzikale opvoeding
De leerlingen

  • kunnen gericht luisteren en hun waarneming toetsen aan reeds verworven kennis, vroegere ervaringen of eigen fantasie (1)
  • kunnen onder leiding een eenvoudig, door henzelf bedacht muzikaal gegeven vocaal, instrumentaal of met beweging improviseren en streven hierbij naar originaliteit en authenticiteit (9)
  • kunnen hun persoonlijke ervaringen met de eigenheid van de muzikale taal verwoorden uit:
    • diverse muziekgenres;
    • verschillende culturen (10)
  • leren zich kritisch opstellen ten opzichte van eigen werk en dat van anderen en om kritische bedenkingen ten aanzien van hun creatieve uitingen te aanvaarden en te verwerken (15)
  • leren diverse culturele informatiebronnen uit hun omgeving te raadplegen (16)
  • leren bij het collectief musiceren hun solidariteit tonen om de eigen inbreng af te stemmen op de kwaliteit van het geheel (17)
  • leren zich expressief uiten (18)

Plastische opvoeding
De leerlingen

  • kunnen gericht kijken en hun kijkervaring toetsen aan reeds verworven kennis, vroegere ervaringen of eigen fantasie (1)
  • kunnen onder begeleiding tot een expressieve weergave komen waarbij de beeldaspecten, de techniek en de materialen op een verantwoorde wijze in hun persoonlijk werk worden geïntegreerd en streven hierbij naar originaliteit en authenticiteit (9)
  • kunnen hun persoonlijke mening geven over diverse beeldende creaties uit verschillende culturen en belangstelling opbrengen voor beeldende creaties, zowel traditionele als nieuwe, met inbegrip van deze buiten hun eigen culturele leefwereld (10)
  • kunnen hun eigen beeldend werk naar inhoud en vorm toelichten (OD13-ET14)
  • leren diverse culturele informatiebronnen uit hun omgeving te raadplegen (OD15-ET160)
  • leren bij het groepswerk hun solidariteit tonen om de eigen inbreng af te stemmen op de kwaliteit van het geheel (OD16-ET17)
  • leren zich expressief uiten (OD17-ET18)
  •  

Maatschappelijke vorming of geschiedenis en aardrijkskunde
De leerlingen

  • leren hun eigen leefomgeving onbevooroordeeld observeren (OD2)
  • kaarten en plattegronden lezen door gebruik te maken van legende, schaal en oriëntatie (ET2)
  • leren respectvol omgaan met verschillende groepen in onze multiculturele samenleving (OD3)
  • leren kritisch zijn tegenover zichzelf, de medeleerlingen en het maatschappelijk gebeuren (OD5)
  • leren spontaan de passende kaart raadplegen (ET5)
  • leren rekening houden met andere opvattingen en hoeden zich voor vooroordelen (OD7)
  • elementen van andere culturen in de eigen omgeving beschrijven (ET7)
  • leren respect opbrengen voor de eigenheid en de specifieke leefwijze van mensen uit andere culturen, ook in onze multiculturele samenleving (ET8)
  • kunnen in een kleine groep voor een welomschreven opdracht een taakverdeling en planning in de tijd opmaken (OD8)
  • kunnen eenvoudige bronnen en levende getuigen raadplegen (OD13)
  • zich aan de hand van een plattegrond of een kaart oriënteren (OD20)
  • informatie halen uit wegwijzers, pictogrammen en informatieborden (OD21)
  • kunnen de verschillende nationaliteiten binnen de school of leefomgeving bepalen, in grafiek zetten en op de wereldkaart plaatsen (OD23)
  • kunnen het stratenplan van de gemeente gebruiken (OD24)

Nederlands
De leerlingen

  • kunnen Nederlands gebruiken als communicatiemedium (OD1)
  • kunnen woorden en teksten correct van het bord overnemen (OD2)
  • kunnen het verschil horen tussen een korte en een lange klank (OD3)
  • ontwikkelen binnen gepaste communicatiesituaties een bereidheid om
    • te luisteren;
    • een ander te laten uitspreken;
    • een onbevooroordeelde luisterhouding aan te nemen;
    • te reflecteren over hun eigen luisterhouding;
    • het beluisterde te toetsen aan eigen kennis en inzichten (ET4)
  • kunnen een duidelijk en goed leesbaar handschrift hebben (OD6)
  • kunnen de volgende tekstsoorten voor leeftijdgenoten lezen (verwerkingsniveau: beoordelen):
    • brieven;
    • schriftelijke oproepen of uitnodigingen tot actie;
    • instructies;
    • reclameteksten en advertenties;
    • informatieve teksten, inclusief informatiebronnen (ET10)
  • kunnen de informatie achterhalen in voor hen bestemde tekstsoorten zoals in informatieve radio- en TV- uitzendingen, instructies van leraren of medeleerlingen, telefoongesprek, mededelingen, informatieve teksten en dramatische vormen (verwerkingsniveau: beschrijven) (OD13)
  • kunnen in een voorgestructureerd kader notities maken (ET13)
  • hebben weet van volgende communicatiebevorderende middelen, wat betekent dat ze die op hun niveau kunnen toepassen:
    • luisterdoel bepalen;
    • aanwijzingen binnen de communicatiesituatie gebruiken;
    • zich concentreren;
    • belangrijke informatie noteren;
    • vragen stellen bij onduidelijkheid (OD15)
  • kunnen het gepaste taalregister hanteren:
    • in verschillende situaties zoals tegenover leerlingen, gekende volwassenen, in telefoongesprekken en in dramatische vormen;
    • op onderscheiden verwerkingsniveaus:
      • beschrijvend zoals informatie verschaffen en vragen, verslag uitbrengen en informatie uitwisselen;
      • beoordelend zoals kritisch reageren en passend argumenteren (OD17)
  • ontwikkelen in het kader van de in 17, 18 en 19 opgesomde ontwikkelingsdoelen
    • spreekdurf, dit wil zeggen een positieve bereidheid om het woord te nemen;
    • bereidheid om te reflecteren op het eigen spreekgedrag;
    • een positieve houding ten overstaan van na te leven gespreksconventies;
    • respect voor de gesprekspartner;
    • voldoende weerbaarheid om voor de eigen mening op te komen (OD20)
  • kunnen de informatie achterhalen in voor hen bestemde tekstsoorten zoals instructies, schema's, informatieve en fictionele teksten en gedichten (verwerkingsniveau: beschrijven) (OD21)
  • hebben weet van volgende communicatiebevorderende middelen, wat betekent dat ze die op hun niveau kunnen toepassen:
    • leesdoel bepalen;
    • aanwijzingen binnen de communicatiesituatie gebruiken;
    • zich concentreren;
    • gericht informatie zoeken;
    • onduidelijke passage herlezen (OD24)
  • kunnen overzichten, aantekeningen, mededelingen op- en overschrijven (verwerkingsniveau: kopiëren) (OD26)
  • kunnen een oproep, een uitnodiging, een instructie richten aan leeftijdgenoten (verwerkingsniveau: beschrijven) (OD27)
  •  

Frans (Engels, Nederlands, …)
De leerlingen

  • kunnen in een zeer eenvoudig gesprek strategieën aanwenden die het bereiken van hun doel vergemakkelijken:
  • verzoeken om te herhalen;
  • verzoeken om langzamer te spreken;
  • vragen om iets op te schrijven (5)
  • leren, door het verwerven van een zekere graad van zelfredzaamheid, de nodige luisterbereidheid opbrengen om in eenvoudige communicatieve situaties te functioneren en zich te concentreren op wat ze willen vernemen (6)
  • kunnen eenvoudige vragen formuleren en beantwoorden aan de hand van eenvoudige documenten (15)
  • kunnen woorden, zinnen en korte teksten kopiëren met aandacht voor correcte spelling (OD20)
  • kunnen inlichtingen verstrekken op zeer eenvoudige invulformulieren (OD21)

Lichamelijke opvoeding
De leerlingen

  • kunnen in groepsactiviteiten verschillende taken uitvoeren en afspraken nakomen (31)
  • tonen in alle omstandigheden respect voor materiaal (32)
  • betrekken alle leerlingen zonder onderscheid van geslacht, etnische origine of motorische aanleg in spel en andere groepsactiviteiten (33)
  • leren inzet en volharding tonen en hun eigen grenzen verleggen (35)

Natuurwetenschappen, fysica, biologie, wetenschappelijk werk
De leerlingen

  • gericht waarnemen met al hun zintuigen (OD1)
  • leren de individuele verscheidenheid en de groepsdiversiteit van de mens aanvaarden en die niet gebruiken om een rangorde te bepalen (ET 24)